Connection isn’t help, it’s activism.
Als ik over mezelf praat, merk ik dat ik altijd dorst heb naar verbinding. Niet alleen met anderen, maar ook met mezelf. En eerlijk is eerlijk: ik wist altijd heel goed hoe ik mensen een goed gevoel kon geven. Soms voelt dat bijna als een superkracht. Maar de echte magie zit niet in dat kleine gebaar of complimentje de echte magie is die warme, liefdevolle verbinding die zo diep binnenkomt dat je hart er een vreugdedansje van maakt. Weet je wat ik altijd heb gehad? Dorst naar verbinding. En nee, niet die dorst die je oplost met een spa rood of een cappuccino. Ik bedoel dat soort dorst dat dieper gaat. Met anderen, maar ook met mezelf. Ik was/ ben altijd retegoed in mensen een goed gevoel geven. Soms leek het bijna een superkracht. Maar de échte magie? Die zit niet in dat ene complimentje of dat kleine gebaar, maar in die warme klik die je hart een soort salsa dansje laat doen. Plato had het daar trouwens ook al over, in zijn Symposium. Hij zei dat liefde ons vooruitduwt, richting iets groters dan onszelf. Nou, dat herken ik helemaal. Voor mij voelt verbinding precies zo: alsof we samen een stukje magie aanraken dat groter is dan de dagelijkse boodschappen of de was die nog gedraaid moet worden. En dan heb je Aristoteles. Die gast maakte onderscheid tussen soorten vriendschap. Zijn favoriet? De versie waarin je elkaar helpt het beste in jezelf naar boven te halen. Kijk, daar kan ik wat mee. Verbinding is voor mij niet oppervlakkig doen alsof, maar elkaar optillen. Toch voelt de wereld soms als een soort kermis waar iemand de attracties heeft omgedraaid. Wat ooit normaal was, voelt nu vreemd. En wat vreemd was, is opeens “gewoon”. En daar ga ik dan, als een koppige zalm tegen de stroom in. Soms denk ik: zijn we onderweg niet ergens een stukje liefde kwijtgeraakt? Socrates zei ooit: “Het niet onderzochte leven is het leven niet waard.” Klinkt diep, hè? Maar eerlijk, wat onderzoeken we vandaag de dag nog écht? Onszelf? Elkaar? Of vooral of er nieuwe likes zijn op onze laatste post? We rennen, pleasen en dragen maskers. “Alles gaat goed hoor!” zeggen we, terwijl er vanbinnen een klein stemmetje fluistert: “eh… echt wel?”