Jarenlang was mijn rechterschouder ergens altijd een beetje stijf. Niet eens pijnlijk, nee hoor. Zelfs beweeglijk genoeg voor kungfu, Qigong, dagelijks leven. Geen pijn. Maar als ik lang achter een computer zat, was het er. Een klein zeurend gevoel. Een achtergrondgeluid dat ik was gaan accepteren als normaal. Hier in Taiwan, toen Master Huang me de derde beweging van de Nine Forms leerde, werd het opeens zichtbaar en duidelijk voelbaar. Nog steeds geen pijn. Maar nu onmiskenbaar aanwezig. Precies op dat specifieke moment waarop de schouder in de beweging roteert. Wat heb ik gedaan? Niet nadenken over de spanning. Niet proberen los te laten. Gewoon voelen. Aanwezig zijn. Elke herhaling weer. Elke dag buiten het oefenen om als ik het voel: Aandacht naar die schouder. Niets forceren. En langzaam begon er iets te veranderen. Tot ik op een dag dacht: mijn schouder is losgekomen. Ik vertelde het enthousiast aan hem. Terugkijkend begon het waarschijnlijk in 2018, een flinke overbelasting door computerwerk. Iets wat zich bleef herhalen, ook toen ik al Qigong oefende en stopte met computerwerk en van baan wisselde. De oppervlakkige spanning verdween, maar dieper zat het (nog) vast. In 2024, in China, nam de leraar Shi YanYang het zwijgend waar (zie de foto). Zonder woorden kneep hij in mijn schouder en vroeg via zijn telefoon (met translate) hoe het kwam. Ik zei hem dat ik vaak last had van spanning. “Ben je nu gespannen?” vroeg hij. “Nee,” zei ik. Maar het was ervoor een zware tijd geweest. O.a, mijn moeder niet lang daarvoor overleden. Net een jaar weer single na zestien jaar. De spreekwoordelijke tienduizend dingen die in ieders leven gebeuren en waar niemand onderuit komt. Sterker nog, ze horen erbij, we zijn allemaal mens. Waarom het dan pas hier in Taiwan écht goed loskwam? Ik verklaar het door: een betere leraar, betere begeleiding, betere oefeningen. Ik begrijp nu meer van Qigong dan ervoor. En de juiste tijd om het ook mentaal los te laten. Want hier ontdekte ik ook de mentale component erachter.